Begrippen

Fundament

 Substantie

 Attribuut

 Modus

Dat wat het verstand van de substantie waarneemt als haar wezen. De mens kent er twee: 1. uitgebreidheid en 2. denken.

Dat wat in zichzelf bestaat en door zichzelf gedacht wordt. Er is maar één substantie: God ofwel Natuur – de ene substantie, oneindig en absoluut en oorzaak van zichzelf: causa sui.

Een bepaalde toestand of wijze van bestaan van de substantie, eindig en afhankelijk:alles wat bestaat is een modus.

Structuur van causaliteit en orde

 Noodzakelijkheid

  Causa sui

 Determinisme

Alles volgt noodzakelijk uit de Natuur. Er bestaat geen toevalligheid.

Alle dingen vloeien voort uit oorzaken.

Van die eerste oorzaak is geen oorzaak aan te geven en is dus ‘causa sui’, dat wil zeggen de oorzaak van zichzelf; een immanente oorzaak.

Kennisleer

 Intuïtie

 Ratio

 Verbeelding

Kennis op basis van toevallige waarneming; leidt vaak tot illusies.

Kennis door gemeenschappelijke begrippen en redenering; geeft inzicht in noodzakelijkheid.

De hoogste vorm van kennis, direct inzicht in de essentie van dingen.

Psychologie en affecten

 Conatus

 Affecten

 Vreugde

 Verdriet

 Liefde

Het fundamentele streven van ieder wezen om in zijn bestaan te volharden.

Gemoedstoestanden die voortkomen uit ons conatus en de ontmoetin-gen met andere modi: 1. Actieve affecten, vloeien voort uit adequate kennis, 2. Passieve affecten, vloeien voort uit inadequate ideeën.

Overgang naar grotere volmaaktheid, uitbreiding van het vermogen tot handelen.

Overgang naar minder volmaaktheid, vermindering van het vermogen tot handelen; verdriet vergezeld van de idee van een externe oorzaak.

Vreugde vergezeld van de idee van een externe oorzaak.

Ethiek en vrijheid

 Deugd

 Amor Dei intellectualis

 Vrijheid

 Salus – gelukzaligheid

Niet willekeur, maar handelen vanuit de noodzakelijkheid van de eigen natuur, met inzicht in de noodzakelijkheid van het geheel.

Leven naar de rede; macht tot handelen in overeenstemming met de menselijke natuur.

De intellectuele liefde tot God ofwel Natuur; hoogste geluk en gemoedsrust, ontstaat uit intuïtieve kennis.

Het duurzame, stabiele geluk dat volgt uit inzicht.

Politiek en maatschappij

 Vrijheid van denken

 Natuurstaat

 Burgerstaat

Mensen dragen hun macht gedeeltelijk over aan de gemeenschap om in vrede te kunnen leven.

Ieder mens heeft van nature een recht dat even groot is als zijn macht.

Essentieel voor een stabiele democratische staat; de enige juiste staatsvorm volgens Spinoza.

Korte uitleg

De Natuur is de bron van alles wat bestaat: de Substantie, de ene, ondeelbare werkelijkheid.


Attributen zijn de verschillende manieren waarop wij die ene substantie kunnen begrijpen of ervaren. Voor de mens vooral twee:

uitbreiding -de fysieke wereld- en denken -bewustzijn-.


Alles wat bestaat, is een modus: een bepaalde vorm of uitdrukking van de Substantie. Ook jij als mens bent een modus: jouw lichaam, geest, gedachten en emoties zijn manieren waarop de ene substantie leeft en zich uitdrukt. Ook dieren, planten en hemellichamen zijn modi; uitdrukkingen van hetzelfde geheel.


De conatus is de innerlijke drang van elk wezen om te blijven bestaan en zijn kracht te vergroten. Bij mensen wordt deze conatus bewust ervaren als begeerte: het actieve verlangen, de bron van al ons handelen en voelen.


Uit begeerte ontstaan de twee basisaffecten

- Blijdschap: onze handelingskracht neemt toe, ons vermogen tot bestaan groeit.

- Droefheid: onze handelingskracht neemt af, we verzwakken.


Uit deze twee grondaffecten ontstaan alle andere gevoelens:

liefde, haat, hoop, vrees, jaloezie, spijt, trots, schaamte

Allemaal combinaties of schakeringen van blijdschap en droefheid, afhankelijk van de oorzaak die wij eraan verbinden.


Wanneer we door invloeden van buitenaf worden meegesleurd -zonder inzicht in hun ware oorzaak- zijn we passief en ervaren we passies -passiones, letterlijk: lijden-. Dan word je bepaald.


Met behulp van de rede kunnen je de oorzaken van affecten begrijpen, en je begeerte bewust richten. Zo word je actief, je gevoelens komen dan voort uit inzicht in wat werkelijk goed voor ons is. Dat is de overgang van passieve naar actieve affecten: emoties die niet langer ons beheersen, maar uit onze eigen essentie voortkomen.


Actieve begeerte is het resultaat daarvan: een bewust verlangen dat in overeenstemming is met je natuur en met het geheel waarvan je een deel bent. Dat is vrijheid, niet doen wat je wilt, maar willen wat overeenstemt met je wezen. Die vrijheid bereik je door te leven volgens je eigen natuur en inzicht. Dat is voor Spinoza de ware ethiek: begrijpen, handelen, en liefhebben in overeenstemming met het geheel.