DE WERELD VAN SPINOZA

‘Spinoza hoefde niet naar Leiden te gaan om

op dit vlak een leraar te vinden. Een van de uitzonderlijke mensen in Van den Endens kring was Jan Glazemaker, een Vlaamse doopsgezinde.

Eind jaren 1650 was hij al wijd en zijd bekend als

de vertaler van Livius, Homerus, Erasmus en Descartes. En zoals zijn naam aangeeft, was hij ook een lenzenslijper. Glazemaker werd een van Spinoza's meest loyale medestanders.’

Lenzenslijper

Spinoza’s werk als lenzenslijper was niet alleen een bron van inkomsten, maar mogelijk ook een bron van inspiratie. Het nauwkeurige werk vereiste namelijk veel geduld en precisie, wat zijn filosofische werk ten goede kwam. Zijn betrokkenheid bij de optica en het gebruik daarvan, droeg waarschijnlijk bij aan zijn begrip van de natuur en zijn ontwikkeling van revolutionaire ideeën. Zijn filosofische geschriften reflecteerden zijn diepgaande inzichten in de menselijke natuur en de werkelijkheid.

Spinoza 1632–1677 Baruch de Spinoza is een van de bekendste lenzenslijpers. Hij verdiende zijn brood met het vervaardigen van lenzen voor microscopen en telescopen. Het werk paste bij zijn sobere levensstijl; maar was slecht voor zijn longen..

Christiaan Huygens 1629–1695 De Nederlandse natuurkundige Huygens gebruikte lenzen voor zijn telescopen, waarmee hij onder andere de maan en Saturnus bestudeerde. Zijn werk droeg bij aan enorme sprongen in de astronomie.

Gebruik Geslepen lenzen waren essentieel voor de wetenschappelijke revolutie. Voor de ontdekking van micro-organismen (Leeuwenhoek-, voor kennis van planeten, manen en sterren en voor Brillen.

ymboliek Het lenzenslijpen wordt ook wel gezien als een metafoor: net zoals men glas slijpt om scherper te kunnen zien, kan de mens zijn geest ‘slijpen’ om een helder inzicht te krijgen in de werkelijkheid.

‍In de 17e eeuw was lenzenslijpen een uiterst precies en arbeidsintensief handwerk. Men gebruikte slijpwielen van koper of ijzer, bedekt met een pasta van schuurpoeder -bijvoorbeeld emeri of puimsteen- en olie of water. Met de hand moest het glas tot de juiste kromming worden geslepen en daarna uitvoerig gepolijst.

‘Veel grote denkers van die tijd waren geïnteresseerd in het slijpen van glas en het vervaardigen van microscopen en telescopen, onder wie Descartes. Vanaf het begin van zijn verblijf in de Nederlandse Republiek liep hij rond met het plan om zijn theorieën over licht, optica en lichtbreking in de praktijk te beproeven door een machine te maken die lenzen kon slijpen. Hij gaf overigens les aan de toenmalige Universiteit van Franeker.’

‍Leven

‍Spinoza werd geboren midden in de Gouden Eeuw. Deze periode stond in het teken van economische bloei, wereldwijde handel, wetenschappelijke vooruitgang en culturele rijkdom. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, vaak ‘de Republiek’ genoemd, was in veel opzichten uniek, met n.b. een controlerend orgaan: de Staten-Generaal. Er heerste relatieve vrijheid -van o.a. drukpers- wat veel politieke vluchtelingen trok waaronder de Sefardische joden uit Spanje en Portugal, waartoe Spinoza’s familie behoorde.

‍Spinoza groeide op in een wereld die zowel rijk aan intellectuele mogelijkheden was als zwaar beladen met religieuze overtuigingen. Zijn ouders waren strikt religieus, en hij kreeg zijn opvoeding binnen de Joodse traditie. Als jonge man was hij nieuwsgierig naar de wereld en besloot hij zich verder te verdiepen in de filosofie en de wetenschappen. Hij kwam in contact met denkers die de grenzen van het religieuze dogma opzochten, zoals René Descartes, wiens ideeën over de rede en de natuurkunde Spinoza diep beïnvloedden.

‍Spinoza trok zich na zijn verbanning terug in Rijnsburg en later Voorburg, waar hij als lenzenmaker werkte om in zijn onderhoud te voorzien. Het vak stelde hem in staat om zelfstandig te blijven, zodat hij zich volledig kon wijden aan zijn filosofische werk.

‍Spinoza stelde dat God en de Natuur één en hetzelfde waren. Dit idee was revolutionair, omdat het God niet zag als de realiteit die zich manifesteert in alles wat bestaat -Pantheïsme-. Hij geloofde dus niet in een persoonlijke god die zich bemoeit met het lot van de mensen, maar als immanent; een onderdeel van het geheel. Voor Spinoza was de wereld een samenhangend geheel, waarbij alles rationeel functioneert. Het doel van het leven was voor hem dan ook om door middel van verstand en inzicht in die wetten een innerlijk vrij leven te leiden.

‍Spinoza’s werk was van enorme betekenis voor de ontwikkeling van de filosofie. Hij nam afstand van de dualistische visie van Descartes, die lichaam en geest als twee afzonderlijke entiteiten beschouwde. Spinoza zag alles als één substantie, die zich in verschillende vormen manifesteert.

‍Hij zag vrijheid niet als het recht om alles te doen wat je wilde, maar als de mogelijkheid om volgens de rationele wetten van de Natuur te leven. Volgens Spinoza zou de mens zijn verlangens en emoties kunnen beheersen door inzicht te krijgen en daar naar te handelen.

‍In 1677, op 44-jarige leeftijd, stierf Spinoza aan tuberculose. Hij liet in overdrachtelijke zin een gigantische nalatenschap na. Zijn ideeën hebben niet alleen de filosofie, maar ook de wetenschap, politiek en religie diep beïnvloed.

‘Antoni van Leeuwenhoek, die in hetzelfde jaar werd geboren als Spinoza, werd wereldberoemd vanwege zijn microscopisch onderzoek naar microben. Christiaan Huygens, met wie Spinoza bevriend zou raken, had tegen de tijd van de uitbanning van Spinoza al het slingeruurwerk uitgevonden en de ringen van Saturnus ontdekt.’